Parenteel van Pierre MERCIER


 
Bestand:C:\PG35\NL\DATA\MERCIER2
Datum:15-06-2026
Selectie:'Personen in parenteel van Pierre MERCIER [244]'
Sortering:Per generatie

I.1    Pierre MERCIER, geboren circa 1612 te Norville, Seine-Maritime, Haute-Normandie, France. Komt ook voor met de achternaam Mechie en Merce.
Gehuwd met Maria CARLIER.
Uit dit huwelijk:
   1.  Cattaline MERCIER, geboren 12-1638 te Amsterdam, gedoopt op 26-12-1638 te Amsterdam.
Gehuwd op 12-06-1660 te Amsterdam met Francois DAUSI, geboren 1636 te Franqueville, Somme, Picardie, France, overleden op 30-03-1692 te Amsterdam.
   2.  Caterin MERCIER, geboren 03-1641 te Amsterdam, gedoopt op 02-04-1641 te Amsterdam.
   3.  Matthieu MERCIER (zie II.4).

II.4    Matthieu MERCIER (gezindte: Waals Hervormd), overleden voor 1744, begraven op 04-04-1744 te Amsterdam. Komt ook voor als Matthieu le Mercier. Zoon van Pierre MERCIER (zie I.1) en Maria CARLIER.
Gehuwd met Louise de BOER, overleden 03-1744 te Amsterdam. Komt ook voor als Louise de Boer\ de Bord\ Debord.
Uit dit huwelijk:
   1.  Jaques MERCIER, geboren 01-1689 te Rotterdam, gedoopt (Waals Hervormd) op 26-01-1689 te Rotterdam.
   2.  Louise MERCIER, geboren 01-1691 te Rotterdam, gedoopt (Waals Hervormd) op 12-01-1691 te Rotterdam, overleden 06-1746 te Amsterdam, begraven op 21-06-1746 te Amsterdam.
Ondertrouwd op 22-10-1717 te Amsterdam, gehuwd op 07-11-1717 te Amsterdam met Jean LOUBATIER.
   3.  Marie MERCIER, geboren 03-1693 te Rotterdam, gedoopt (Waals Hervormd) op 22-03-1693 te Rotterdam.
   4.  Jeanne MERCIER, geboren 05-1697 te Amsterdam, gedoopt op 23-05-1697 te Amsterdam.
   5.  Pierre MERCIER (zie III.6).
   6.  N.N. MERCIER, begraven op 22-08-1694 te Amsterdam.

III.6    Pierre MERCIER, geboren op 21-10-1700 te Amsterdam, gedoopt (Waals Hervormd) op 24-10-1700 te Amsterdam, overleden 02-1750 te Amsterdam, begraven op 23-02-1750 te Amsterdam, zoon van Matthieu MERCIER (zie II.4) en Louise de BOER.
Ondertrouwd op 17-03-1724 te Amsterdam, gehuwd op 23-jarige leeftijd op 02-04-1724 te Amsterdam met Catharina le MELLE, 27 jaar oud, geboren op 27-01-1697 te Amsterdam, overleden 08-1745 te Amsterdam, begraven op 25-08-1745 te Amsterdam.
Uit dit huwelijk:
   1.  Louyse MERCIER, geboren op 27-12-1724 te Amsterdam, gedoopt op 31-12-1724 te Amsterdam, overleden voor 1745.
   2.  Jean MERCIER (zie IV.2).

IV.2    Jean MERCIER, geboren op 01-03-1728 te Amsterdam, gedoopt (Waals Hervormd) op 07-03-1728 te Amsterdam, overleden 08-1768 te Amsterdam, begraven op 04-09-1768 te Amsterdam, zoon van Pierre MERCIER (zie III.6) en Catharina le MELLE.
Ondertrouwd op 15-01-1751 te Amsterdam, gehuwd op 22-jarige leeftijd op 31-01-1751 te Amsterdam met Marie Anne JULLION, 25 jaar oud, geboren op 15-07-1725 te Amsterdam, gedoopt op 15-07-1725 te Amsterdam, overleden 03-1798 te Amsterdam, begraven op 05-03-1798 te Amsterdam.
Uit dit huwelijk:
   1.  Jean MERCIER (zie V.1).
   2.  Pierre Daniel MERCIER, geboren op 23-01-1754 te Amsterdam, gedoopt op 27-01-1754 te Amsterdam.
   3.  Marthe MERCIER, geboren op 31-05-1755 te Amsterdam, gedoopt op 08-06-1755 te Amsterdam, overleden 12-1802 te Amsterdam, begraven op 01-03-1803 te Amsterdam.
Ondertrouwd op 06-05-1785 te Amsterdam, gehuwd op 30-jarige leeftijd op 01-06-1785 te Amsterdam met Jean Anthoine de HAAS, 27 jaar oud, geboren op 23-11-1757 te Amsterdam, overleden op 11-01-1835 te Amsterdam op 77-jarige leeftijd. {Hij is later ondertrouwd op 27-01-1804 te Amsterdam, gehuwd 02-1804 met Gertruijde Elisabeth MERCIER, geboren op 16-01-1768 te Amsterdam, gedoopt op 20-01-1768 te Amsterdam, overleden circa 1804, begraven circa 1804 te Amsterdam, dochter van Jean MERCIER (zie IV.2) en Marie Anne JULLION. Hij is later ondertrouwd op 24-05-1805 te Amsterdam, gehuwd 05-1805. Hij was ook ooit gehuwd.}
   4.  Pierre MERCIER (zie V.6).
   5.  David MERCIER, geboren op 02-12-1760 te Amsterdam, gedoopt op 07-12-1760 te Amsterdam.
   6.  Pierre Daniel MERCIER, geboren op 19-10-1763 te Amsterdam, gedoopt op 23-10-1763 te Amsterdam, overleden circa 1763 te Amsterdam, begraven op 30-10-1763 te Amsterdam.
   7.  Carel (Charles) MERCIER (zie V.11).
   8.  Gertruijde Elisabeth MERCIER, geboren op 16-01-1768 te Amsterdam, gedoopt op 20-01-1768 te Amsterdam, overleden circa 1804, begraven circa 1804 te Amsterdam.
Ondertrouwd op 27-01-1804 te Amsterdam, gehuwd 02-1804 met Jean Anthoine de HAAS, geboren op 23-11-1757 te Amsterdam, overleden op 11-01-1835 te Amsterdam op 77-jarige leeftijd. {Hij was eerder ondertrouwd op 06-05-1785 te Amsterdam, gehuwd op 27-jarige leeftijd op 01-06-1785 te Amsterdam met Marthe MERCIER, 30 jaar oud, geboren op 31-05-1755 te Amsterdam, gedoopt op 08-06-1755 te Amsterdam, overleden 12-1802 te Amsterdam, begraven op 01-03-1803 te Amsterdam, dochter van Jean MERCIER (zie IV.2) en Marie Anne JULLION. Hij is later ondertrouwd op 24-05-1805 te Amsterdam, gehuwd 05-1805. Hij was ook ooit gehuwd.}

V.1    Jean MERCIER, geboren op 14-02-1752 te Amsterdam, gedoopt op 20-02-1752 te Amsterdam, overleden op 03-01-1823 te Amsterdam op 70-jarige leeftijd, zoon van Jean MERCIER (zie IV.2) en Marie Anne JULLION.
Ondertrouwd op 14-05-1773, gehuwd 05-1773 met Maria Catharina MUIJLMAN, geboren circa 1747 te Amsterdam, overleden op 23-01-1823 te Amsterdam.
Uit dit huwelijk:
   1.  Paul Jean MERCIER (zie VI.1).
   2.  Jaques Guillaume MERCIER, geboren op 29-02-1776 te Amsterdam, gedoopt op 03-03-1776 te Amsterdam, overleden 05-1777, begraven op 12-05-1777 te Amsterdam.
   3.  Jacob Pieter (Jaques Pierre) MERCIER (zie VI.5).
   4.  Judith Marie MERCIER, geboren op 12-02-1780 te Amsterdam, gedoopt op 17-02-1780 te Amsterdam, overleden op 06-08-1846 te Amsterdam op 66-jarige leeftijd.
Gehuwd met Willem HOEKMAN.
   5.  Immerence Catherine MERCIER, geboren op 04-07-1782 te Amsterdam, gedoopt op 07-07-1782 te Amsterdam.
   6.  Pierre MERCIER, geboren 09-1783 te Amsterdam, gedoopt op 08-10-1783 te Amsterdam.
   7.  Marie Susanne MERCIER, geboren op 04-01-1785 te Amsterdam, gedoopt op 12-01-1785 te Amsterdam, overleden 08-1786 te Amsterdam, begraven op 30-08-1786 te Amsterdam.
   8.  Marie Anne MERCIER, geboren 02-1787 te Amsterdam, gedoopt op 08-02-1787 te Amsterdam.
   9.  Jean Anthoine MERCIER, geboren op 08-01-1788 te Amsterdam, gedoopt op 20-01-1788 te Amsterdam.
   10.  Josine Susanne MERCIER, geboren op 16-05-1791 te Amsterdam, gedoopt op 05-06-1791 te Amsterdam, overleden op 13-09-1849 te Amsterdam op 58-jarige leeftijd.

V.6    Pierre MERCIER, geboren op 23-05-1757 te Amsterdam, gedoopt op 25-05-1757 te Amsterdam, zoon van Jean MERCIER (zie IV.2) en Marie Anne JULLION.
Ondertrouwd (1) op 25-07-1783 te Amsterdam, gehuwd op 26-jarige leeftijd op 10-08-1783 te Amsterdam met Maria Antonia MEIJSENHEIJM, geboren 01-1757 te Amsterdam, gedoopt (Hervormd) op 23-01-1757 te Amsterdam, overleden 08-1790 te Amsterdam, begraven op 22-08-1790 te Amsterdam.
Ondertrouwd (2) op 26-08-1803 te Amsterdam, gehuwd 09-1803 met Maria HERMANS.
Uit het eerste huwelijk:
   1.  Pierre MERCIER, geboren op 05-10-1783 te Amsterdam, gedoopt op 08-10-1783 te Amsterdam.
   2.  Jean MERCIER, geboren op 21-06-1785 te Amsterdam, gedoopt op 26-06-1785 te Amsterdam.
   3.  Marie Anne MERCIER, geboren op 03-02-1787 te Amsterdam, gedoopt op 08-02-1787 te Amsterdam.
   4.  Marie Anne MERCIER, geboren op 05-03-1788 te Amsterdam, gedoopt op 09-03-1788 te Amsterdam.
   5.  Anna Elisabeth MERCIER, geboren op 15-04-1789 te Amsterdam, gedoopt op 19-04-1789 te Amsterdam.
Uit het tweede huwelijk:
   6.  Catharina Maria MERCIER (zie VI.21).
   7.  Johannis MERCIER, geboren 11-1794 te Amsterdam, gedoopt op 07-11-1794 te Amsterdam.
   8.  David MERCIER (zie VI.23).
   9.  Catharina MERCIER, geboren op 24-01-1805 te Amsterdam, gedoopt op 07-02-1805 te Amsterdam, overleden op 11-03-1860 te Amsterdam op 55-jarige leeftijd.
Gehuwd op 19-jarige leeftijd op 04-02-1824 te Amsterdam met Pieter BAAIJ, 24 jaar oud, geboren op 13-04-1799 te Amsterdam, gedoopt op 21-04-1799 te Amsterdam, overleden op 10-08-1855 te Amsterdam op 56-jarige leeftijd.
   10.  Jean MERCIER, geboren op 03-04-1808 te Amsterdam, gedoopt op 24-04-1808 te Amsterdam.
   11.  Gerard MERCIER, geboren op 16-09-1809 te Amsterdam, gedoopt op 01-10-1809 te Amsterdam.

V.11    Carel (Charles) MERCIER, geboren op 30-09-1764 te Amsterdam, gedoopt (Hervormd) op 03-10-1764 te Amsterdam, zoon van Jean MERCIER (zie IV.2) en Marie Anne JULLION.
Ondertrouwd op 09-05-1788 te Amsterdam, gehuwd 05-1788 met Gezina van NECK, geboren circa 1762 te Amsterdam (gezindte: Gereformeerd).
Uit dit huwelijk:
   1.  Pieter Cornelis MERCIER, geboren 09-1789 te Amsterdam, gedoopt op 04-10-1789 te Amsterdam, overleden 10-1792 te Amsterdam, begraven op 23-10-1792 te Amsterdam.
   2.  Jan Gerrit MERCIER (zie VI.31).
   3.  Gerrit MERCIER, geboren op 01-07-1798 te Amsterdam, gedoopt op 06-07-1798 te Amsterdam.

VI.1    Paul Jean MERCIER, geboren op 08-04-1774 te Amsterdam, gedoopt op 10-04-1774 te Amsterdam, overleden op 23-02-1848 te Amsterdam op 73-jarige leeftijd, zoon van Jean MERCIER (zie V.1) en Maria Catharina MUIJLMAN.
Ondertrouwd (1) op 18-03-1803 te Amsterdam, gehuwd 03-1803 met Johanna Christiana de LANGE, geboren circa 1780, overleden op 21-12-1823 te Amsterdam.
Gehuwd (2) op 50-jarige leeftijd op 16-06-1824 te Amsterdam met Anna Alida Margaretha GRAVE, geboren circa 1791.
Uit het eerste huwelijk:
   1.  Catrina Maria MERCIER, geboren op 20-01-1805 te Amsterdam, gedoopt op 17-02-1805 te Amsterdam, overleden op 13-12-1855 te Amsterdam op 50-jarige leeftijd.
Gehuwd op 21-jarige leeftijd op 13-12-1826 te Amsterdam met Lott Ulrich ROSE, 26 jaar oud, geboren op 13-05-1800 te Packens, Ost-Friesland.
   2.  Paulus Johannes MERCIER, geboren op 08-09-1806 te Amsterdam, gedoopt op 05-10-1806 te Amsterdam, overleden 03-1807 te Amsterdam, begraven op 08-03-1807 te Amsterdam.
   3.  Anna Adriana MERCIER, geboren op 03-01-1808 te Amsterdam, gedoopt op 31-01-1808 te Amsterdam, overleden op 21-10-1855 te Amsterdam op 47-jarige leeftijd.
Gehuwd op 21-jarige leeftijd op 28-10-1829 te Amsterdam met Georg Wilhelm ROSE, geboren circa 1805, overleden op 11-11-1855 te Amsterdam.
   4.  Amarentia Cornelia MERCIER, geboren op 08-03-1812 te Amsterdam.
   5.  Johannes Jacobus MERCIER, geboren op 18-01-1815 te Amsterdam.
Uit het tweede huwelijk:
   6.  Paulina Juliana MERCIER, geboren circa 1827 te Amsterdam.
Gehuwd op 27-06-1877 te Nieuwer-Amstel met Pieter Horsting VEELEMANS, geboren circa 1813.
   7.  David Franciscus MERCIER, geboren op 30-12-1835 te Amsterdam.

VI.5    Jacob Pieter (Jaques Pierre) MERCIER, Commissionair. Geboren op 25-01-1778 te Amsterdam, gedoopt op 29-01-1778 te Amsterdam, overleden op 09-02-1845 te Amsterdam op 67-jarige leeftijd, zoon van Jean MERCIER (zie V.1) en Maria Catharina MUIJLMAN.
Ondertrouwd op 05-10-1804 te Amsterdam, gehuwd 10-1804 met Helena MUIJS.
Uit dit huwelijk:
   1.  Jan Jacob MERCIER, geboren op 13-08-1805 te Amsterdam, gedoopt (Hervormd) op 01-09-1805 te Amsterdam, overleden 12-1805, begraven op 13-12-1805 te Amsterdam.
   2.  Carel Eduard MERCIER (zie VII.12).
   3.  Helena Catharina MERCIER (zie VII.15).
   4.  Eduard MERCIER (zie VII.16).
   5.  Catharina MERCIER, geboren op 13-04-1812 te Amsterdam, overleden op 26-01-1899 te Groenlo op 86-jarige leeftijd.
   6.  Jacoba Petronella MERCIER, geboren op 22-02-1814 te Amsterdam, overleden op 21-12-1893 te Groenlo op 79-jarige leeftijd.
   7.  Alegonda Jeanetta MERCIER, geboren op 06-05-1818 te Amsterdam, overleden op 05-08-1870 te Groenlo op 52-jarige leeftijd.
   8.  Cornelia MERCIER, geboren op 13-11-1819 te Amsterdam.
   9.  Gesina MERCIER, geboren op 26-08-1821 te Amsterdam, overleden 03-1853.
   10.  Hendriette Petronella MERCIER, geboren op 04-08-1822, overleden op 16-01-1823 te Haarlem, 165 dagen oud.

VI.21    Catharina Maria MERCIER, geboren 10-1791 te Amsterdam, gedoopt op 21-10-1791 te Amsterdam, dochter van Pierre MERCIER (zie V.6) en Maria HERMANS.
Gehuwd met N.N..
Uit dit huwelijk:
   1.  Maria MERCIER.

VI.23    David MERCIER, geboren 04-1802 te Amsterdam, gedoopt op 10-05-1802 te Amsterdam, overleden voor 1840, zoon van Pierre MERCIER (zie V.6) en Maria HERMANS.
Gehuwd (1) op 21-10-1825 te Amsterdam, gescheiden na 11 jaar op 11-04-1837 te Amsterdam van Maria WESSERING, geboren op 12-10-1804 te Weesp, overleden op 27-01-1890 op 85-jarige leeftijd.
Gehuwd (2) op 10-05-1837 te Amsterdam met Alida Catharina ZEIJLER, 26 jaar oud, geboren op 09-05-1811 te Amsterdam.
Uit het eerste huwelijk:
   1.  Maria MERCIER, geboren op 18-10-1825 te Amsterdam, overleden op 06-06-1883 te Standdaarbuiten, Moerdijk, Noord-Brabant, Netherlands op 57-jarige leeftijd.
Gehuwd op 27-jarige leeftijd op 17-03-1853 te Breda met Johan Hendrik KURZ, 32 jaar oud, geboren op 24-12-1820 te Dordrecht, overleden op 15-01-1894 te Ginneken en Bavel op 73-jarige leeftijd.
Uit het tweede huwelijk:
   2.  David Frederik MERCIER, geboren op 12-03-1838 te Amsterdam.

VI.31    Jan Gerrit MERCIER, Verver. Geboren 10-1791 te Amsterdam, gedoopt op 30-10-1791 te Amsterdam, overleden op 20-10-1846 te Amsterdam. Bron Burgerlijke stand - Huwelijk
Archieflocatie Groninger Archieven
Algemeen Gemeente: Groningen
Soort akte: Huwelijksakte
Aktenummer: 7
Datum: 18-01-1863
Bruidegom Willem Mercier
Geboortedatum: 25-09-1832
Geboorteplaats: Amsterdam
Bruid Ailtje Jans Rotgers
Geboortedatum: 25-03-1834
Geboorteplaats: Groningen
Vader bruidegom Jan Gerrit Mercier
Moeder bruidegom Atalia Joanna Verbruggen
Vader bruid Jan Harms Rotgers
Moeder bruid Lammigje Jans
Nadere informatie beroep bruidegom: arbeider; beroep vader bruidegom.: verwer; beroep moeder bruidegom: naaister; bruidegom 30 jaar; bruid 28 jaar; Wettiging van 1 kind, zoon van Carel (Charles) MERCIER (zie V.11) en Gezina van NECK.
Gehuwd op 19-04-1820 te Amsterdam met Alida (Atilia) Joanna VERBRUGGEN, Naaister. Geboren 05-1788 te Brielle, Zuid-Holland, gedoopt op 19-05-1788 te Brielle, Zuid-Holland, overleden op 04-01-1867 te Amsterdam.
Uit dit huwelijk:
   1.  Johannes Carel MERCIER, geboren op 28-12-1816 te Amsterdam.
   2.  Gesina Susanna MERCIER, geboren op 28-12-1816 te Amsterdam.
   3.  Carel MERCIER (zie VII.30).
   4.  Gesina Maria MERCIER (zie VII.33).
   5.  Jan MERCIER, Schilder, militair in Oost-Indië, geboren 04-1826 te Amsterdam, overleden op 23-04-1863 te Leeuwarden.
   6.  Gerrit MERCIER, Schildersknecht, geboren op 05-02-1827 te Amsterdam, overleden op 15-05-1854 te Leeuwarden op 27-jarige leeftijd.
   7.  Maria Louise Gesina MERCIER, geboren op 17-09-1829 te Amsterdam.
   8.  Willem MERCIER (zie VII.38).

VII.12    Carel Eduard MERCIER, Commissionair. Geboren op 27-06-1807 te Amsterdam, gedoopt op 19-07-1807 te Amsterdam, overleden op 09-01-1858 te Abcoude-Baambrugge op 50-jarige leeftijd, zoon van Jacob Pieter (Jaques Pierre) MERCIER (zie VI.5) en Helena MUIJS.
Gehuwd op 30-jarige leeftijd op 02-11-1837 te Amsterdam met Francijntje FONGER, 29 jaar oud, geboren op 09-12-1807 te Amsterdam, gedoopt op 27-12-1807 te Zuiderkerk, Amsterdam, overleden na 1858.
Uit dit huwelijk:
   1.  Jacob Pieter Leonard MERCIER, geboren op 06-02-1831 te Amsterdam, overleden 04-1902, begraven op 29-04-1902 te Amsterdam.
   2.  Hermina Christina MERCIER, geboren op 06-06-1832 te Amsterdam.
Gehuwd op 22-jarige leeftijd op 24-05-1855 te Amsterdam met Willem REESSE, geboren circa 1828 te Amsterdam, overleden op 23-09-1890 te Hilversum.
   3.  Carel Eduard MERCIER (zie VIII.4).
   4.  Fanny MERCIER, geboren op 02-07-1835 te Amsterdam (gezindte: Ned. Hervormd.).
   5.  Hemanus MERCIER, geboren op 03-12-1836 te Amsterdam.
   6.  Hermanus MERCIER, geboren op 14-08-1838 te Amsterdam.
   7.  Helena MERCIER, geboren op 17-10-1839 te Amsterdam, overleden op 01-02-1910 te Amsterdam op 70-jarige leeftijd. Mercier, Helena, feministe en sociaal hervormster (Amsterdam 17-10-1839 - Amsterdam 1-2-1910). Dochter van Carel Eduard Mercier, assuradeur, en Francijntje Fonger.

Hélène Mercier, vijfde van acht kinderen in een 'goed liberaal - goed christendommelijk' gezin, had een weinig gelukkige jeugd. Na de lagere school moest zij thuis meehelpen in een huishouding, waarop het slepend ziekbed van haar vader een zware last legde. In dit benauwende milieu van 'bezig niets doen' kon zij haar leeshonger en haar behoefte zich geestelijk verder te ontwikkelen niet bevredigen. Op zoek naar een 'levenstaak' en een eigen bron van inkomsten besloot Hélène in 1861, na lang aarzelen, een avondopleiding tot onderwijzeres te volgen; toentertijd een ongewone stap voor een ongetrouwde dame van burgerlijke komaf. Kort voor haar onderwijzersexamen in 1864 werd zij getroffen door een 'zenuwongesteldheid', die haar voor jaren een 'afschuwelijk machteloos bestaan' deed leiden. Deze ziekte, waarvan zij de gevolgen nooit helemaal te boven is gekomen, zou haar levensloop ingrijpend beïnvloeden. Een onderwijscarrière was van de baan, en ze werd veroordeeld tot een bestaan op de achtergrond.

Mercier zocht naar een nieuwe zingeving van haar leven. In 1870 kwam zij in nauw contact met Willem Doorenbos, docent aan een Amsterdamse HBS en leermeester van enkele Tachtigers, die haar wegwijs maakte in de Griekse filosofie. Zij raakte in de ban van de ideeënleer van Plato, maar zocht naar een synthese tussen diens idealisme en de 'krachtige menschenmin' van het christendom. In de jaren zeventig werd haar eclectische, idealistische levensvisie scherper omlijnd: een curieuze mengeling van liberaal individualisme en ethisch socialisme, met het doel mensen op te voeden tot bewuste leden van een geestelijke gemeenschap.

Door toedoen van Doorenbos ging Mercier zich verdiepen in het 'vrouwenvraagstuk'. In 1871 publiceerde zij, onder het pseudoniem 'Stella', hierover haar eerste twee artikelen in Onze Roeping , het vrouwentijdschrift van Betsy Perk. Zij rekende erin af met het geestdodende milieu van haar jeugd en wees op de uitzichtloosheid van het bestaan van de ongehuwde burgervrouw. Met de vertaling van Aurora Leigh in 1883, een roman in dichtvorm van Elisabeth Barret Browning, raakte Mercier in bredere kring bekend. Bij herhaling vestigde ze de aandacht op het belang van scholing en vorming. Vrouwen uit de gegoede burgerij moesten in de maatschappelijke openbaarheid treden door, in plaats van de traditionele liefdadigheid, tal van andere nuttige taken uit te oefenen. Verder dienden naar de mening van Mercier alle beroepen voor vrouwen open te staan, en uiteraard moesten vrouwen die hetzelfde werk deden, dezelfde rechten en betaling krijgen als mannen. Hoewel geen principieel tegenstandster van het vrouwenkiesrecht achtte zij de meeste vrouwen nog niet rijp en ontwikkeld genoeg om met kennis van zaken te gaan stemmen.

Allengs verschoof Merciers belangstelling van het vrouwenvraagstuk via de filantropie naar de 'sociale quaestie' van haar tijd. Behalve door het contact met Aletta Jacobs, vrouwenarts en feministe van het eerste uur, werd deze belangstelling vooral gestimuleerd door Arnold Kerdijk, die zij in het begin van de jaren tachtig had leren kennen. Deze jurist en links-liberale politicus maakte deel uit van de redactie van het tijdschrift Vragen des Tijds , waarin Mercier geregeld publiceerde. Tussen beiden ontstond een persoonlijke vriendschap. Toen Kerdijk in 1887 het Sociaal Weekblad oprichtte, was Mercier als enige vrouw en als een van de invloedrijkste medewerkers aan dit tijdschrift verbonden. Op zijn beurt steunde Kerdijk Mercier, die immers van de pen moest leven, bij het overwinnen van haar gebrek aan zelfvertrouwen als publiciste en hielp hij haar bij het vinden van nieuwe opdrachten. Niettemin bracht het schrijven van artikelen en het vertaal- en correctiewerk te weinig op, zodat zij en haar zuster Elise - met wie ze haar hele leven samenwoonde - tegen wil en dank aangewezen bleven op een aanvullende financiële ondersteuning van haar broers.

Op aansporing van Kerdijk en in de overtuiging dat aan iedere praktische hervormingsarbeid grondige studie vooraf behoort te gaan, ging Mercier de sociale kwestie in al haar facetten ontleden. In buitenlandse, veelal Engelstalige literatuur vond zij constructieve, praktische 'oplossingen' voor uiteenlopende maatschappelijke vraagstukken. In deze jaren was Mercier zeer produktief. Van haar hand verschenen tal van artikelen in het Sociaal Weekblad , waarin ze verslag deed van haar bevindingen. Zij hield zich bezig met uiteenlopende onderwerpen: arbeidersbudgets, voedingsgewoonten en woonomstandigheden van de arbeiders, fabrieksarbeid, arbeidstersclubs en produktiecoöperaties. Met veel enthousiasme besteedde Mercier in het Sociaal Weekblad aandacht aan het zogeheten Toynbeewerk, dat erop was gericht door volksopvoeding de groeiende klassentegenstellingen tussen rijk en arm te verkleinen. Voortdurend hield zij de lezers op de hoogte van nieuwe initiatieven die op dit terrein in binnen- en buitenland werden ondernomen. Het merendeel van haar artikelen werd later gebundeld, onder meer in Verbonden Schakels uit 1889 en Sociale droomen en daden uit 1893.

Daarnaast verrichtte Mercier ook praktisch pionierswerk. Bij verschillende sociale initiatieven in haar woonplaats Amsterdam raakte zij nauw betrokken. Zo behoorde ze in 1886 tot de oprichters van de Maatschappij voor Volksgaarkeukens. Werklieden konden hier tegen een betaalbare prijs een warme maaltijd gebruiken. Ook de stichting, in 1896, van de NV Bouwonderneming 'Jordaan', een woningcorporatie avant la lettre, maakte Mercier van nabij mee, al nam zij, in tegenstelling tot Kerdijk, geen zitting in het bestuur. Reeds in 1887 had ze in een studie Over arbeiderswoningen gewezen op de gunstige gevolgen van eigen woningbezit onder de arbeidersbevolking. Naar Brits voorbeeld propageerde Mercier het aanstellen van gesalarieerde 'woningopzichteressen', een particulier initiatief dat spoedig navolging zou vinden in Amsterdam. Het mes sneed aldus aan twee kanten: de emancipatie van de arbeiders ging hand in hand met nieuwe beroepsperspectieven voor vrouwen.

Hoewel Mercier onmiskenbaar oog had voor de materiële omstandigheden van de arbeiders, stond in haar denken toch hun zedelijke en culturele verheffing voorop. Zij moest echter spoedig inzien dat de slechte materiële omstandigheden waarin de arbeiders verkeerden, hun ontvankelijkheid voor 'het hogere en het schone' ernstig belemmerden. Bovendien ging Mercier - zoals zoveel burgerlijke volksopvoeders - met haar opvattingen over cultuuroverdracht gemakshalve voorbij aan de bestaande arbeiderssubcultuur, waarvoor zij weinig waardering op kon brengen. Zij wantrouwde de socialisten en diskwalificeerde de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij als te 'materialistisch'. Deze zou de kennishonger onder arbeiders, evenals de vrouwenemancipatie, ondergeschikt maken aan haar eigen revolutionaire doeleinden. Om die reden voelde Mercier zich meer thuis bij radicaal-liberalen zoals Kerdijk. Zij zouden zich in 1901 organiseren in de Vrijzinnig-Democratische Bond, die de toenemende klassenstrijd juist door middel van sociale hervormingen wilde temperen.

In 1892 werd in de Jordaan 'Ons Huis' opgericht, een volksacademie die - geheel in de geest van het door Mercier aangeprezen Toynbeewerk - door persoonlijke inspanning en nauwe samenwerking meer begrip wilde kweken tussen de verschillende standen en klassen. Spoedig werden er ook in andere steden dergelijke volkshuizen opgericht, die politiek neutraal waren en open stonden voor alle gezindten en richtingen. In het bestuur van 'Ons Huis' nam Mercier een vooraanstaande plaats in en zij drukte sterk haar stempel op het programma. Een logisch vervolg op de stichting van 'Ons Huis' en feitelijk ook de bekroning van Merciers praktische werkzaamheid vormde de Opleidingsinrichting voor Socialen Arbeid, die in 1899 haar beslag kreeg. Deze eerste sociale academie in Nederland werd na de spoorwegstakingen van 1903 omgedoopt in School voor Maatschappelijk Werk. Tot aan haar dood op zeventigjarige leeftijd, begin 1910, zou Merciers invloed op beide instellingen - zij het achter de schermen - groot blijven.

Hélène Mercier, een kleine vrouw met een dichterlijke natuur, had geen grote literaire kwaliteiten. Haar betekenis lag vooral in de introductie en popularisering van voorbeelden uit de buitenlandse praktijk tot aanpak van de 'sociale quaestie' binnen de kring van hervormingsgezinden in Nederland. Gedreven door een idealistisch streven naar vernieuwing van 'gemeenschapszin en plichtsbesef', ontwikkelde zij zich tot een sociaal hervormster, die heel concreet verband wist te leggen tussen de emancipatiestrijd van twee minderheidsgroepen: arbeiders en vrouwen.
   8.  Willem Eduard MERCIER, geboren op 15-08-1843 te Amsterdam, overleden op 02-08-1844 te Abcoude-Baambrugge, 353 dagen oud.
Gehuwd op 27-jarige leeftijd op 08-09-1870 te Amsterdam met Wilhelmina Frederika MEDER, geboren circa 1843 te Amsterdam, overleden op 19-09-1933 te Hilversum.
   9.  Alexander MERCIER (zie VIII.12).
   10.  Elize MERCIER, geboren op 06-05-1846 te Amsterdam (gezindte: Ned. Hervormd.).

VII.15    Helena Catharina MERCIER, geboren op 04-04-1809 te Amsterdam, gedoopt op 16-04-1809 te Amsterdam, overleden op 29-01-1883 te Zaltbommel op 73-jarige leeftijd, dochter van Jacob Pieter (Jaques Pierre) MERCIER (zie VI.5) en Helena MUIJS.
Gehuwd op 31-jarige leeftijd op 26-04-1840 te Amsterdam met Nicolaas Gerhardus LOTICHIUS, 35 jaar oud, Militair, 1e luitenant infanterie, geboren op 11-11-1804 te Wouw, gedoopt op 25-11-1804 te Wouw, overleden op 11-03-1866 te Zoeterwoude op 61-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
   1.  Jacob Pieter LOTICHIUS, geboren op 18-03-1841 te 's-Hertogenbosch.
   2.  Jan Cornelis LOTICHIUS, geboren op 25-06-1842 te Breda.
   3.  Arnout Willem LOTICHIUS, geboren op 09-03-1844 te Coevorden.
   4.  Wilhelmina Helena Johanna LOTICHIUS, geboren op 08-11-1845 te Gouda.
Gehuwd op 33-jarige leeftijd op 15-09-1879 te Groenlo met Abraham Matthias Cornelis van BOMMEL, Burgemeester. Geboren circa 1842 te Haarlem.
   5.  Jacoba Petronella LOTICHIUS, geboren op 28-12-1847 te Gouda.
   6.  Henrietta Geertruida Clasina LOTICHIUS, geboren op 29-10-1849 te Gouda.

VII.16    Eduard MERCIER, Makelaar, geboren op 02-08-1810 te Amsterdam, gedoopt op 26-08-1810 te Amsterdam, overleden op 09-01-1858 te Abcoude-Baambrugge op 47-jarige leeftijd, zoon van Jacob Pieter (Jaques Pierre) MERCIER (zie VI.5) en Helena MUIJS.
Gehuwd op 27-jarige leeftijd op 02-11-1837 te Amsterdam met Matje FONGER, 26 jaar oud, geboren op 20-01-1811 te Amsterdam, gedoopt op 06-02-1811 te Zuiderkerk, Amsterdam.
Uit dit huwelijk:
   1.  Helena MERCIER, geboren op 24-02-1838 te Amsterdam, overleden op 16-06-1918 op 80-jarige leeftijd.
   2.  Jacob Pieter MERCIER, geboren op 14-04-1839 te Amsterdam.
   3.  Hermina Christina MERCIER, geboren op 22-10-1840 te Amsterdam.
   4.  Eduard MERCIER, geboren op 11-06-1843, overleden op 02-08-1844 te Abcoude-Baambrugge op 1-jarige leeftijd.

VII.30    Carel MERCIER, Schilder, geboren op 26-08-1821 te Amsterdam (gezindte: Ned. Hervormd, later Evangelisch Luthers), overleden op 03-08-1890 te Amsterdam op 68-jarige leeftijd, zoon van Jan Gerrit MERCIER (zie VI.31) en Alida (Atilia) Joanna VERBRUGGEN, Naaister.
Gehuwd op 29-jarige leeftijd op 02-07-1851 te Amsterdam met Anna Helena LEGER, 21 jaar oud, geboren op 26-11-1829 te Amsterdam, overleden op 18-12-1897 te Amsterdam op 68-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
   1.  Lucas MERCIER, geboren op 03-06-1851 te Amsterdam, overleden op 02-11-1851 te Amsterdam, 152 dagen oud.
   2.  Carel MERCIER, geboren op 15-09-1852 te Amsterdam.
   3.  Pieter MERCIER, geboren op 25-04-1856 te Amsterdam, overleden op 20-02-1859 te Amsterdam op 2-jarige leeftijd.
   4.  Willem MERCIER, geboren op 15-02-1859 te Amsterdam, overleden op 11-06-1859 te Amsterdam, 116 dagen oud.
   5.  Helena MERCIER, geboren op 20-08-1860 te Amsterdam.
Gehuwd (1) op 40-jarige leeftijd op 28-11-1900 te Amsterdam met Klaas Jacobus KLOOSTER, 73 jaar oud, Werkman, geboren op 10-09-1827 te Beverwijk, overleden te Antwerpen ? Komt ook voor als Klaas Klooster. {Hij was eerder gehuwd op 27-jarige leeftijd op 04-03-1855 te Beverwijk. Hij was eerder gehuwd op 48-jarige leeftijd op 03-02-1876 te Beverwijk.}
Gehuwd (2) op 61-jarige leeftijd op 07-09-1921 te Amsterdam met Pieter van der PIJLL, 59 jaar oud, geboren op 06-05-1862 te Amsterdam, overleden op 19-12-1931 te Amsterdam op 69-jarige leeftijd.
   6.  Anna Helena MERCIER (zie VIII.34).
   7.  Lucas MERCIER, geboren op 23-09-1866 te Amsterdam.
   8.  Geertruida Maria MERCIER, geboren op 24-01-1869 te Amsterdam, overleden op 20-02-1937 te Bloemendaal op 68-jarige leeftijd.
   9.  Jansje MERCIER, geboren op 23-06-1875 te Amsterdam, overleden op 13-10-1935 te Grave, Noord-Brabant op 60-jarige leeftijd.

VII.33    Gesina Maria MERCIER, geboren op 26-08-1821 te Amsterdam, overleden op 25-03-1853 te Amsterdam op 31-jarige leeftijd, dochter van Jan Gerrit MERCIER (zie VI.31) en Alida (Atilia) Joanna VERBRUGGEN, Naaister.
Gehuwd (1) op 29-jarige leeftijd op 28-08-1850 te Amsterdam met Andreas Bernardus Johannes NAAIJERS, 23 jaar oud, Zeevarende, klerenmaker, geboren op 21-07-1827 te Amsterdam, overleden op 19-02-1887 te Amersfoort op 59-jarige leeftijd.
Gehuwd (2) met N.N..
Uit het tweede huwelijk:
   1.  Jan MERCIER, geboren 1849 te Amsterdam, overleden op 29-10-1849 te Amsterdam.

VII.38    Willem MERCIER, Arbeider, papierdrukker, schilder, geboren op 18-10-1832 te Amsterdam, overleden op 02-11-1887 te Amsterdam op 55-jarige leeftijd. Geboorte 27-08-1859 Groningen
Kind Willem Rotgers
Geslacht m
Moeder Aaltje Jans Rotgers
Bron Geboorteregister Groningen 1859
Aktenummer 676, zoon van Jan Gerrit MERCIER (zie VI.31) en Alida (Atilia) Joanna VERBRUGGEN, Naaister.
Gehuwd (1) op 30-jarige leeftijd op 18-01-1863 te Groningen met Aaltje Jans ROTGERS, 28 jaar oud, geboren op 25-03-1834 te Groningen.
Gehuwd (2) op 55-jarige leeftijd op 26-10-1887 te Amsterdam met Anna Margaretha Hendrika van GREUNINGEN, geboren circa 1838 te Amsterdam.
Uit het eerste huwelijk:
   1.  Willem MERCIER (zie VIII.39).
   2.  Aaltje MERCIER, geboren op 17-06-1863 te Ommen, overleden op 25-06-1863 te Ommen, 8 dagen oud.
   3.  Harm MERCIER, geboren op 06-09-1864 te Veenhuizen (Norg), overleden op 19-07-1866 te Amsterdam op 1-jarige leeftijd.
   4.  Aaltje MERCIER, geboren op 03-12-1866 te Amsterdam.
Gehuwd op 24-jarige leeftijd op 23-09-1891 te Amsterdam met Johannes van AMELROOIJ, geboren circa 1870 te Amsterdam.
   5.  Athalia Johanna Gesina MERCIER, Werkster. Geboren op 30-12-1868 te Amsterdam (gezindte: Rooms Katholiek), overleden op 20-08-1926 op 57-jarige leeftijd.
Gehuwd op 26-jarige leeftijd op 03-01-1895 te Amsterdam met Johannes Jacobus Petrus van der KOOIJ, 19 jaar oud, geboren op 06-04-1875 te Deurne en Liesel.
   6.  Karel MERCIER (zie VIII.48).
   7.  Maria Catharina MERCIER, geboren op 21-08-1873 te Amsterdam, overleden op 14-11-1875 te Amsterdam op 2-jarige leeftijd.
   8.  Jan Gerrit MERCIER, geboren op 30-01-1876 te Amsterdam.
   9.  Grada Maria MERCIER, geboren op 07-12-1878 te Amsterdam.

VIII.4    Carel Eduard MERCIER, Commissionair. Geboren op 30-10-1833 te Amsterdam, overleden op 11-09-1904 te Badenweiler, Breisgau-Hochschwarzwald, Baden-Württemberg, Germany op 70-jarige leeftijd, begraven op 15-09-1904 te Amsterdam, zoon van Carel Eduard MERCIER (zie VII.12) en Francijntje FONGER.
Gehuwd op 27-jarige leeftijd op 24-05-1861 te Amsterdam met Johanna Hermina MEDER, geboren circa 1841 te Amsterdam, overleden 04-1902, begraven op 29-04-1902 te Amsterdam.
Uit dit huwelijk:
   1.  Carel Eduard MERCIER, Commissionair. Geboren op 04-04-1862 te Amsterdam.
Gehuwd (1) op 28-jarige leeftijd op 26-03-1891 te 's-Gravenhage met Elisabeth Harmina van STIPRIAAN LUïSCIUS, 25 jaar oud, geboren op 17-08-1865 te 's-Gravenhage, overleden op 08-09-1929 te Zeist op 64-jarige leeftijd, begraven te Zeist.
Gehuwd (2) te Utrecht met Berendina Hinderica VOSDINGH, geboren op 27-02-1883 te Denekamp.
   2.  Willem Frederik MERCIER (zie IX.4).
   3.  Ernst MERCIER, Makelaar in koffie. Geboren op 08-11-1864 te Amsterdam, overleden op 22-07-1943 te Hilversum op 78-jarige leeftijd.
Gehuwd op 40-jarige leeftijd op 09-06-1905 te Barneveld, Gelderland met Maria SWANENBURG, 35 jaar oud, geboren op 28-09-1869 te Nijmegen, overleden op 17-03-1940 te Hilversum op 70-jarige leeftijd.
   4.  Fannij MERCIER, geboren op 29-10-1865 te Amsterdam.
   5.  Jacob Pieter Leonard MERCIER, geboren op 29-10-1865 te Amsterdam, overleden op 15-11-1865 te Amsterdam, 17 dagen oud.
   6.  Fannij MERCIER, geboren op 08-02-1867 te Amsterdam.
   7.  Jacob Pieter Leonard MERCIER, geboren op 15-06-1868 te Amsterdam.
   8.  Johanna Hermina Roelandina MERCIER, geboren op 15-07-1869 te Amsterdam.
   9.  Maria Geertruida MERCIER, geboren op 03-04-1872 te Amsterdam.

VIII.12    Alexander MERCIER, Suikerfabrikant, geboren op 22-07-1845 te Amsterdam, overleden op 18-09-1920 te Breda op 75-jarige leeftijd, zoon van Carel Eduard MERCIER (zie VII.12) en Francijntje FONGER.
Gehuwd op 27-jarige leeftijd op 13-06-1873 te Zevenbergen met Amerentia Adriana van de WERK, 23 jaar oud, geboren op 07-06-1850 te Amsterdam.
Uit dit huwelijk:
   1.  Wouterina Maria MERCIER, geboren op 10-03-1874 te Arnhem.
Gehuwd op 29-jarige leeftijd op 26-03-1903 te Breda met Jan Willem BROERS, 32 jaar oud, geboren op 20-11-1870 te Erp.
   2.  Elisabeth MERCIER, geboren op 09-11-1876 te Güsten, overleden op 14-05-1964 te Zeist op 87-jarige leeftijd.
Gehuwd op 34-jarige leeftijd op 01-06-1911 te Breda met Karel Wessel van GORKOM, 37 jaar oud, geboren op 30-01-1874 te Bandoeng, Indonesië, overleden op 17-01-1958 te Zeist op 83-jarige leeftijd.
   3.  Fannij MERCIER, geboren op 27-02-1879 te Nijmegen.
   4.  Adrianus MERCIER (zie IX.19).
   5.  Anna Wilhelmina MERCIER, geboren op 06-01-1883 te Nijmegen, overleden op 01-01-1969 te Amsterdam op 85-jarige leeftijd.
Gehuwd op 30-jarige leeftijd op 29-12-1913 te Breda met Johannis Martinus van HEUSDEN, 40 jaar oud, geboren op 19-03-1873 te Stratum, Eindhoven, overleden op 29-01-1927 te West-Terschelling, Terschelling op 53-jarige leeftijd.
   6.  Willem Eduard MERCIER.
   7.  Emilie MERCIER.

VIII.34    Anna Helena MERCIER, Huishoudster. Geboren op 01-04-1863 te Amsterdam (gezindte: Luthers.), overleden op 01-01-1943 te Amsterdam op 79-jarige leeftijd, dochter van Carel MERCIER (zie VII.30) en Anna Helena LEGER.
Gehuwd op 23-jarige leeftijd op 02-06-1886 te Amsterdam, gescheiden na 8 jaar op 11-10-1894 te Amsterdam van Jacob Klaas KLOOSTER, Venter, geboren op 04-02-1861 te Beverwijk (gezindte: Rooms Katholiek), overleden op 14-01-1901 te Veenhuizen (Norg) op 39-jarige leeftijd. Gedetineerd te Hoorn Oostereiland 1; Gerechtelijke uitspraak dd 6-6-1898 te Utrecht; 2 jaar gevangenisstraf, van 13 juni 1898 tot 13 juni 1900, wegens landloperij. Daarna doorgestuurd naar Veenhuizen 3

Een tweede leven voor de Duvelshoek?

uit: P.P. de Baar, Ons Amsterdam 44, 42-46 (1992).

De Duvelshoek: dat is de eeuwenoude en nu bijna vergeten naam van het buurtje tussen de Reguliersbree- en de Reguliersdwarsstraat, achter Tuschinski en de Hema. Een eeuw geleden was het een soort Amsterdams Montmartre. Nu liggen er plannen om er een modern maar niet te elitair winkel- en horecacentrum van te maken.

De buurt ontstond aan het eind van de 16de eeuw, op grond die in 1585 bij de stad getrokken was. Daarbij was de stadswal verlegd van het Singel naar wat nu de Reguliersdwarsstraat heet. De particuliere eigenaren van de erven tussen de kersverse Reguliersbreestraat en de stadswal legden zelf op en tussen hun terreinen een aantal steegjes aan, de meeste haaks op de stadswal en genoemde straat. Deze stegen - met diverse dwarsgangen - gingen op den duur Sint Pieterssteeg, Suikerbakkerssteeg, Land van Beloftensteeg en Schapensteeg heten. Ze kwamen uit op de Blindemansteeg, parallel aan de stadswal (Reguliersdwarsstraat), die aan het oostelijk uiteinde (achter de huizen van de Vijzelstraat) Walenhoek heette.
De naam Schapensteeg verwijst naar de eerste eigenaar van de aanliggende erven, ene Jacob Schaep. De Sint Pieterssteeg is waarschijnlijk vernoemd naar een heiligenbeeldje aan de gevel van een huis in de steeg. De oorsprong van de naam Suikerbakkerssteeg laat zich raden; overigens werd deze steeg in 1909 herdoopt tot Blindemansteeg, dus net als de steeg waar ze op uitloopt. De naam van die steeg valt echter niet met zekerheid te verklaren: woonde er hier een blinde? We zullen het wel nooit weten.
En hoe komt de buurt als geheel aan de naam Duvelshoek? Daar zijn de geleerden het ook nog altijd niet over eens. De ene helft meent dat de naam gegeven is door bewoners van de oude grachtengordel, die de Duvelshoekers als baarlijke duivels beschouwden Maar anderen beschouwen de naam aIs een verbastering van Duivenhoek, omdat hier rond 1600 veel handelaren in duiven en ander pluimvee woonden.

Waarzegsters en poppenkastspelers

De sfeer in de Duvelshoek van de vorige eeuw is vastgelegd in een paar schetsen van schrijver/journalist Justus van Maurik (1846-l904), opgenomen in zijn bundel 'Toen ik nog jong was' (1901). "De daar 'geborenen en getogenen' vonden reeds sedert onheugelijke jaren, bijna op dezelfde wijze hun bestaan. Zeer velen als kleine logementhouders of kroegjesbazen; anderen door het drijven van handel in visch, fruit en allerlei consumptie-artikelen, weer anderen als waarzegsters en horoscooptrekkers, als straatmuzikanten, orgelverhuurders of poppenkastvertoners. De bekende Sampimon, Verhoeven, Kabalt en andere marionettenspelers hebben jaren lang in de St. Pieterssteeg. of in de Land van Beloftensteeg gewoond. Nu nog is de Duvelshoek niet compleet, wanneer men er niet een of meer geraamten van af- of opgetuigde poppenkasten ziet."
Andere bekende buurtbewoners waren de oude schoenpoetser Joseph, die beladen met medailles zijn nering uitoefende bij de Munttoren, en Lange Manus, die zijn naam eer aandeed. "Met gemak sloot hij van een pakhuis de ramen der eerste verdieping," aldus Van Maurik "Behalve zijn eigenlijk vak, koffieverlezer en brander, oefende hij ook nog dat van 'Reus' uit. Op verschillende kermissen heeft hij zich laten kijken. (...) Als 'Sparrewouer reus' in Gijsbregt van Aemstel oogstte hij lauweren in het Grand-Theatre van Van Liernl. Buitengewoon klein van stuk waren echter 'de Japanneesjes', die zo heetten wegens hun mongoloide uiterlijkn In het Bevolkingsregister stonden zij als Catharina Britting. geboren in 1828. en haar twee jaar jongere broer Christiaan ingeschreven op Sint Pieterssteeg ln "De broer speelde op de viool; zij danste, met haar armpjes en een paar vingers in de hoogte, of deed met een tambourijntje in de hand alleronbeholpenst een balletdanseres na.
Zij waren de vreugde van alle dienstmeisjes en kinderen."

Logementhouder met bekeringsijver

De Duvelshoek wemelde van de tapperijen en logementen. Van Maurik wijdde in 1880 een verhaal aan het Logement voor den Reizende Man van Jetje Meloen, die bij maar weinigen bekend was als de weduwe Slierman. "Jetje's klanten leven voor het merendeel in de onderste lagen der maatschappij en zouden kunnen worden verdeeld in reizende en vaste. Tot de laatste behooren de in haar buurt of elders in Amsterdam verblijvende negotianten, losse sjouwerlui, zakkenrollers en dieven; tot de eerste kermisreizigers, straatmuzikanten, vakbedelaars, venters en fabrikanten van allerlei kleine artikelen, als luchtballons, papieren rozen molentjes, kanarievogeltjes van was, springpoppetjes, stoffertjes, enz. In haar logement is het altijd vol, omdat zij de gasten op haar manier goed en zindelijk behandelt en niet meer laat betalen, dan ze missen kunnen."
In 1887 bezocht Van Maurik logement De Kroon, waarover "een zekere Janssen gedurende eenige jaren met veel takt en geduld het beheer voerde." Uit het Bevolkingsregister blijkt dat Petrus Jansen van 1871 tot 1884 zijn logement dreef op het adres Suikerbakkerssteeg 23, bij de hoek van de Reguliersdwarsstraat. De Kroon diende onder meer als opvanghuis voor de Russische joden die op de vlucht voor pogroms in hun eigen land tussen 1883 en 1888 hierheen kwamen. Jansen stond bekend om zijn verregaande keurigheid. "Hij had echter bij al zijn goede hoedanigheden een zonderlinge manie: hij wilde namelijk die Joden gaarne tot het Christendom bekeeren en daardoor viel hij allengs minder in de smaak."
Hij was niet de enige met bekeringsijver. Tegen 1900 tekende Van Maurik het volgende op uit de mond van Karel Zwaan. logementhouder van Het Waakzame Haantje, Land van Beloftensteeg 12: "Eigenlijke boeve vind je hier niet meer - een enkel zakkerollertje, of insluipertje, nou ja! die zitte d'r nog wel, maar van dat echte, gemeene gauwdievensoort niet. Ook de vuile patsers en 't schorem benne vrij wel opgeruimd en weet u waardoor?... door 't Leger des Heils; dat heit hier een heele boel goed gedaan."
De laatste der legendarische buurtbewoners, Ootje Felman, die een kraam met zuurwaren, eieren en snoep had in de Sint Pieterssteeg, werd kort voor 1900 afgevoerd naar een oudevrouwenhuis - deftig per vigilante, dat wel. Het was het einde van een tijdperk.
Dat werd niet alleen bewerkstelligd door het christelijk 'beschavingsoffensief' maar ook door de cityvorming. In de Duvelshoek begon die in 1882 met de bouw van de Fransche Bazar in de Reguliersbreestraat, het warenhuis dat het grootste deel van de 20ste eeuw als Galeries Modernes bekend stond en eind jaren zeventig werd opgevolgd door de Hema.
Rond 1910 werd weer een aantal huisjes en gangen 'opgeslokt' door uitdijende winkels, zoals bakkerij Paul Kaiser (Vijzelstraat 5-7) en slagerij Gunther in de Reguliersdwarsstraat. En in 1913 werd de Fransche Bazar een flink stuk richting Reguliersdwarsstraat uitgebreid. In de jaren twintig bouwde het warenhuis het noordelijkste deel van de Sint Pieterssteeg vol, zodat deze voortaan doodliep.
Maar de grootste ingreep in het eeuwenoude stegenpatroon was onbetwist de bouw van bioscoop Tuschinski, begonnen in 1918 en voltooid in 1921. De Land van Beloftensteeg verdween en ook alle huizen aan de westkant van de Schapensteeg moesten plaatsmaken voor het filmpaleis.
(......)

Door de oprichting van het Theater Tuschinsky aan de Reguliersbreestraat, dat thans in aanbouw is, op het voormalige stegennet van den zgn. Duivelshoek, verdwijnt weer een karakteristieke hollandshce steegnaam: De Land van Beloftesteeg. Het ligt voor de hand dat er eens een huis (vgl. van Gelder, Amsterdamsche Straatnamen p 76) vermoedelijk een kroeg was, waar het Land van Belofte uithing. (vgl. Van Lennep en Ter Gouw, Uithangtekens II, 60). Een dergelikke gevelsteen met de voorstelling der twee verspieders, die een grooten duiventros dragen, vindt men nog in Leiden op de hoek van de Beestenmarkt en de Nieuwe Beestenmarkt. (Bron: Amstelodamum, 1921 achste jaargang)

Niet minder viel het land van belofte in den smaak ; - gij kunt het nog in verscheidene gevels zien. Er was er dan ook menigeen, die te Amsterdam zijn land van belofte kwam zoeken , en 't er ook vond , en 't uit levendige erkentenis in zyn huisgevel plaatste. Dat -het booze toeval al te vaak behagen schept in schreeuwende contrasten weten we sints lang, en we vinden er hier een nieuw bewijs van, daar we die zoete en zalige naam Land-van-belofte-Heey vinden juist in een der misselijkste hoeken van Amsterdam - in den Duivelshoek! (Bron: Amsterdam oorsprong en afleiding van de namen der grachten, eilanden, pleinen, straten, stegen, bruggen, sluizen en torens dezer stad tweede stuk)

***********
De Duvelshoek: een plek vol prostituees, beurzensnijders, zwendelaars en schrijvers
27 september 2023
In de 18e en 19e eeuw werd de Duvelshoek, een volksbuurt tussen de Reguliersdwars- en de Reguliersbreestraat, de thuisbasis van de Nederlandse literaire onderwereld. Tussen de straatmuzikanten, waarzegsters en zwendelaars ontstond sensationele pulp.

Klein Jan, de beroemde Amsterdamse straatzanger en volgens de geruchten een dwerg, woonde in de Duvelshoek. Op maandag stond hij op de Botermarkt zijn kunsten te vertonen, op donderdag voor de Nieuwe Kerk en op zaterdag op de Dam.

Terwijl hij zong over een meisje dat met een moordenaar trouwt en een matroos die naar de hoeren gaat, trok hij zijn rijdende boekenkraam door de stad. Zijn liedjes schreef hij op in boeken. Die verkocht hij weer in en rond de Duvelshoek. Maar Klein Jan was niet de enige boekenverkoper in de Duvelshoek.

Ontstaan van de Duvelshoek
De eerste huisjes van de Duvelshoek stonden buiten de stadsmuren, langs de weg die naar de toenmalige Regulierspoort leidde. Het waren armoedige, houten gebouwen waar veel handelaren van duiven en pluimvee woonden. Na de stadsuitbreiding van 1585 kwamen deze bouwsels binnen de stadswal, de huidige Reguliersdwarsstraat, te liggen.

Anders dan bij eerdere uitbreidingen van de stad werden de houten gebouwen niet onteigend. Het stadsbestuur werd geen eigenaar van deze gebouwen en deed dus helemaal niks aan het buurtje. De eigenaren van de kavels en erven besloten daarom om zelf steegjes en dwarsgangen aan te leggen tussen de door de gemeente aangelegde straten. Zo ontstond er tussen de Reguliersbreestraat en de stadswal een netwerk van kleine steegjes en gangetjes. Dit werd de Duvelshoek genoemd.

Volgens sommige historici is de naam een verbastering van Duivenhoek, vanwege de vele pluimveehouders in de buurt. Anderen menen dat de grachtengordelelite de inwoners van de Duvelshoek beschouwde als baarlijke duivels.

Smeltkroes
De Duvelshoek was een smeltkroes van prostituees, dieven en zwendelaars. Jakob Campo Weyerman (1677 - 1747), een van de belangrijkste schrijvers uit de periode van de Verlichting, schreef over de Duvelshoek in zijn boek Zeldzaame leevens-byzonderheden (1738): Den Duyvelshoek is een wyk tot Amsterdam, voor het grootste gedeelte bewoont by Gaauwdieven, Hoeren, Beurzesnyders, en diergelyke soort van Menschdoms onkruyden. Den Duyvelshoek kan in veele deelen worden vergeleeken by Drury Lane in Londen, de straat La Huchette te Parys, en het Walslant te Vianen.

Hij beschreef de gangen van de buurt als schietgaten of steegjes, die ruym zo eng zyn als de houten buyzen van een waterleyding, en ook alzo vochtig, geurig, en beslymt. Niet echt een prettige plek om te wonen. De gegoede burgerij keek neer op het schorriemorrie en janhagel in de Duvelshoek. Er zouden alleen 'losse sjouwerlui, zakkenrollers en dieven' wonen en het was een plek waar je eigenlijk niet gezien wilde worden.

Boeken van lage kwaliteit
Op het huidige Rembrandtplein stonden in die periode de hele week boekenstalletjes. Behalve op maandag. Dan was de grote Botermarkt en werden de boekenstallen verbannen naar een obscure hoek van het plein, dicht bij de Duvelshoek.

En door die boekenstalletjes ontstond er in de Duvelshoek een zwarte boekenmarkt, een heuse literaire onderwereld van handelaren, schrijvers, publicisten en uitgevers. Op het menu stonden gehaaste artikelen, vunzige poëzie en dwaze teksten vol straatrumoer en kroegroddels. Deze werden meestal geschreven door broodschrijvers, auteurs die puur voor geld schrijven. Maar ook klassiek literaire schrijvers waagden zich aan de lage literatuur. Denk bijvoorbeeld aan Weyerman, Jacobus van Egmont, Hermanus van den Burg en Johannes Kinker, naamgever van de Kinkerstraat en Kinkerbuurt. Het was in die tijd populair om te spotten met het moderne drukwerk en uitgeverijen.

Kinker (1764 - 1845) was een van belangrijkste filosofische denkers en schrijvers van de 18e en 19e eeuw. Maar hij schreef ook luchtige en spottende gedichten en parodieën op tijdsgenoten en 'verlichte poëten'. Voor zijn satirische tijdschrift 'De post van den Helicon' maakte hij een fictieve landkaart waarop alle stromingen en genres van de Nederlandse literatuur terug te vinden waren. In Amsterdam lag de Griekse berg Helicon, een bron van poëtische inspiratie en de top van de Neerlandse literatuur. De Duvelshoek stopte hij weg in het lage gebied, grenzend aan een moeras. De figuurlijke literaire onderwereld.

De fictieve landkaart van Johannes Kinker. Bekijk hem op een groter formaat (JPEG, 459 kB).
Liefhebbers van de ondermaat
De schrijvers noemden zichzelf liefhebbers van het ondermaanse. Ze schreven pulp fictie die paste bij de Duvelshoek en het volk dat leefde in de smalle steegjes en gangetjes. Het was een vorm van lage literatuur waarop werd neergekeken door de bourgeoisie. Het buurtje gaf identiteit aan de teksten die de schrijvers schreven. Grof in de mond en platvloers, precies zoals de inwoners van de Duvelshoek.

Zo dichtte Van den Burg (1682 - 1752) regelmatig over de onderkant van het lichaam en hartstocht van de zondige soort. Niet voor preutse godsdienstigen: Verboden vrugt die my gestaâg komt noo- den, Ziet gy niet dat ik watertand, Myn tong gereet maak, en myn hand, 't Ontbreekt my aan geen lust, Schoon 't proeven is verboden. Oeh la la.

Het nobele kakken
In het werk van arts en dichter Salomon van Rusting (1652 - 1717) speelde de onderkant van het lichaam ook een belangrijke rol. Vooral de stoelgang. In zijn bundel Apollos majesteyt, een parodie op klassieke mythologie, schreef hij bijvoorbeeld: Het kakken gaat altijt voor singen, Want andersints so deugt het niet: Dat kacken! ô dat noble kacken! Dat is een konst, die overtreft De soete konst van suykerbacken.

Ook moedigde Van Rusting mensen aan om te stoppen met roken. Ey, waarom rook je?, schreef hij. Rook stront en bespaar je geld. Tabak is ongezond. Zijn lamme en kreupele rijm leverde hem de twijfelachtige titel drekpoëet op. De literaire onderwereld kon er niet om malen.

Het einde van de Duvelshoek
Hoewel er werd neergekeken op de inwoners van de Duvelshoek, genoot het volk - van de poppenspelers en de straatmuzikanten tot zelfs de zakkenrollers - ten volste van de literaire vunzigheid van hun buurtje.

De Duvelshoek vond zijn einde in 1917, toen een groot deel van de buurt werd opgekocht en gesloopt om het Tuschinski Theater te bouwen. Maar de geest van de literaire pulp waart er vast nog rond.

*************, zoon van Klaas Jacobus KLOOSTER, Werkman.
Uit dit huwelijk:
   1.  Helena KLOOSTER, geboren op 28-07-1886 te Amsterdam, overleden op 09-10-1887 te Amsterdam op 1-jarige leeftijd.
   2.  Nicolaas Jacobus KLOOSTER (zie IX.26).
   3.  Helena KLOOSTER, geboren op 25-06-1889 te Amsterdam (gezindte: Rooms Katholiek), overleden op 06-07-1973 te Amsterdam op 84-jarige leeftijd. In de familie werd zij Tante Leen genoemd.

De kapel op het binnenterrein achter Lauriergracht 39 werd in 1881-1882 gebouwd als onderdeel van een groot rooms-katholiek liefdadigheidscomplex dat zijn wortels had in de negentiende-eeuwse filantropie. Het complex omvatte een weeshuis, scholen, een internaat, een klooster, een hostiebakkerij en een kapel.

Religie en liefdadigheid
In 1852 richtte pater P. Hesseveld op de Lauriergracht een tehuis op voor verwaarloosde meisjes beneden de twaalf jaar. De congregatie Arme Zusters van het Goddelijk Kind, later beter bekend als de zusters van De Voorzienigheid, namen de zorg voor de meisjes op zich. Rondom dit tehuis groeide in de loop van de tweede helft van de negentiende eeuw een groot rooms-katholiek sociaal-educatief centrum - een Jordanees Vaticaan- dat zich uitstrekte tussen de Lauriergracht, de Konijnenstraat en de Elandsstraat. Hiervan is onder andere de unieke kapel bewaard gebleven die in 1881-1882 werd gebouwd door A.C. Bleys (1842-1912), dezelfde architect van onder andere de Sint Nicolaaskerk (1884-1887) aan de Prins Hendrikkade en het Sint Elisabeth gesticht (1888-1890) aan de Mauritskade. De kapel is opgetrokken in neogotische stijl met ruime gebruikmaking van gietijzer, wat bijzonder is voor gebouwen uit deze stijlperiode. Het interieur wordt door ranke gietijzeren zuilen in drie schepen verdeeld, en het houten spitstongewelf van het middenschip wordt ondersteund door ijzeren ribben. Boven de zijbeuken bevinden zich galerijen met aan de ingangszijde een orgeltribune die door ijzeren hoekprofielen met vierpasmotief worden ondersteund. De kapel bleef tot 1991 in gebruik bij de zusters van De Voorzienigheid, in dat jaar verhuisden zij naar Heemstede. Het jaar daarop werd de kapel -die aanvankelijk aan de aandacht van Monumentenzorg was ontsnapt en met sloop bedreigd- op de rijksmonumentenlijst geplaatst. Sinds 1997 is de kapel in gebruik bij een reclamebureau.

Enkele andere gebouwen van het complex zijn de Sint Mariaschool (Elandsstraat 42, uit 1863, in 1922 herbouwd door de architect A.J. Joling), het Moederhuis (Elandsstraat 24A-40, 1927, ontworpen door Jac. Duncker) en het r.-k. gesticht De Voorzienigheid, Elandsstraat 44, in 1901 gebouwd door Jac. Duncker en A.C. Boerma. De Mariaschool is nu als een Montessorischool in gebruik. In het Moederhuis zijn woningen, in het voormalige gesticht ateliers en studioruimtes gerealiseerd.

Het voormalige weeshuis De Voorzienigheid
Het r.-k. gesticht De Voorzienigheid werd in 1901 als weeshuis gebouwd aan een rechthoekig binnenterrein aan de Elandsstraat. Het binnenterrein diende als speelplaats en grensde aan de zuidzijde aan de straat en aan de oostzijde aan de Sint Mariaschool. De noordzijde en een gedeelte van de westzijde van het binnenterrein werden door het L-vormige weeshuis in beslag genomen. Het ontwerp werd geleverd door de architecten Jac. Duncker (1867-1935) en A.C. Boerma (1852-1908), van wie de eerste vermoedelijk het meest zijn stempel op het ontwerp heeft gedrukt. Duncker liet zich als architect inspireren door het Rationalisme (Berlage) en legde altijd een zekere belangstelling voor ambachtelijkheid aan de dag. Beide elementen komen in de architectuur van het weeshuis duidelijk naar voren en hebben geresulteerd in een doelmatig gebouw met een sobere, maar verzorgde detaillering. Duncker heeft vermoedelijk ook de latere verbouwing van het weeshuis tot school geleid. In 1927 ontwierp hij het Moederhuis aan de Elandsstraat 24A-40.

De lange vleugel van het voormalige weeshuis telde drie bouwlagen met ieder vier grote ramen op het zuiden, de korte vleugel telde aan de zijde van de binnenplaats twee ramen per bouwlaag. De ramen zijn eenvoudig maar elegant uitgevoerd, met een brede toging boven een schuifraam geflankeerd door smallere zijramen. De ingang in de oksel van beide vleugels sluit in maatvoering perfect aan bij de ramen. De ingang is bereikbaar via een natuurstenen stoep met smeedijzeren leuningen. Aan het uiteinde van de lange vleugel bevond zich een tweede ingang. Door de inpandige ligging was aan de westzijde van de korte vleugel geen gelegenheid voor het aanbrengen van ramen. In plaats daarvan ontwierp Duncker twee erkers die van bovenaf licht opvingen, de zogenaamde lichthappers. De erkers worden inwendig ondersteund door stalen balken op gietijzeren kolommen met fraaie opengewerkte consoles. Een van de erkers is nog aanwezig.

De kelderverdieping is een volwaardige verdieping, met voldoende stahoogte. Ten tijde van het weeshuis was onder de korte vleugel een timmerwerkplaats gevestigd, terwijl de kelder onder de lange vleugel voor huishoudelijke doeleinden werd gebruikt. In tegenstelling tot de rest van het interieur is de kelderverdieping van het voormalige weeshuis zeer goed bewaard gebleven, inclusief een aanrecht en de fraaie tegelvloer.

Bij de verbouwing tot school heeft Duncker een bijzondere oplossing bedacht voor het probleem dat de lange vleugel te smal was voor het aanbrengen van een gang langs de klaslokalen. Op de bovenverdieping heeft hij ter ontsluiting van de lokalen een uitgebouwde gang aangebracht, een hangende constructie waarvoor nauwelijks een precedent bestond. Later is een dergelijke constructie ook op de tweede verdieping toegepast, maar die is veel poverder van uitvoering. (Bron: Klooster, O. van der en Michel Bakker, De kapel van Bleys in: Het Nieuwe Werck. De Jordaan, Open Monumentendag 1997, pp. 96-99).
   4.  Anna Helena KLOOSTER, Dienstbode Huishoudster. Geboren op 26-06-1894 te Amsterdam (gezindte: Rooms Katholiek).
Gehuwd (1) te Bloemendaal met Petrus van den BERG, 53 jaar oud, Tuinman, geboren op 02-01-1876 te Bloemendaal, overleden op 27-06-1937 te Haarlem op 61-jarige leeftijd. {Hij was eerder gehuwd op 32-jarige leeftijd op 24-12-1908 te Zandvoort.}
Gehuwd (2) met Martinus LOMMERS, geboren op 07-05-1885 te Gorinchem, overleden op 18-07-1947 te Utrecht op 62-jarige leeftijd. {Hij was eerder gehuwd op 24-jarige leeftijd op 15-01-1910 te Hardinxveld.}

VIII.39    Willem MERCIER, geboren op 27-08-1859 te Groningen, overleden op 19-02-1916 te Amsterdam op 56-jarige leeftijd, zoon van Willem MERCIER (zie VII.38) en Aaltje Jans ROTGERS.
Gehuwd (1) op 23-jarige leeftijd op 07-02-1883 te Amsterdam met Maria Clasina Johanna SERIESE, 33 jaar oud, geboren op 02-04-1849 te 's-Gravenhage, overleden op 16-11-1890 te Amsterdam op 41-jarige leeftijd.
Gehuwd (2) op 34-jarige leeftijd op 11-07-1894 te Amsterdam met Ruurdtje OORTHUIS, 27 jaar oud, geboren op 11-01-1867 te Harlingen.
Uit het eerste huwelijk:
   1.  Alida Wilhelmina MERCIER, geboren op 07-11-1882 te Amsterdam, overleden op 30-09-1953 te Soest op 70-jarige leeftijd.
Gehuwd op 18-jarige leeftijd op 29-05-1901 te Amsterdam met Johannes Stephanus Wilhelmus ALDERDING, 21 jaar oud, geboren op 03-11-1879 te Amsterdam.

VIII.48    Karel MERCIER, Werkman, schoorsteenveger, geboren op 27-05-1871 te Amsterdam, overleden op 17-03-1933 op 61-jarige leeftijd, zoon van Willem MERCIER (zie VII.38) en Aaltje Jans ROTGERS.
Gehuwd op 30-jarige leeftijd op 27-11-1901 te Amsterdam met Elisabeth Boudrina BEUKE, 26 jaar oud, geboren op 22-09-1875 te Amsterdam, overleden op 28-04-1917 op 41-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
   1.  Johanna Atalia Gesina MERCIER, geboren te Amsterdam.
Gehuwd op 18-jarige leeftijd op 07-07-1920 te Amsterdam met Johannes Hendricus de GROOT, 21 jaar oud, geboren op 25-03-1899 te Amsterdam.
   2.  Karel Hendrik Jacobus MERCIER (zie IX.37).
   3.  Hendrik MERCIER, geboren te Amsterdam.

IX.4    Willem Frederik MERCIER, Fabrikant. Geboren op 30-04-1863 te Amsterdam, overleden op 07-02-1955 te Hilversum op 91-jarige leeftijd, zoon van Carel Eduard MERCIER (zie VIII.4) en Johanna Hermina MEDER.
Gehuwd op 27-jarige leeftijd op 18-09-1890 te Arnhem met Antoinette Henriette WURFBAIN, 24 jaar oud, geboren op 02-08-1866 te Amsterdam, overleden op 22-01-1937 te Hilversum op 70-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
   1.  Mary Nancy MERCIER, geboren op 22-10-1891 te Haarlem, overleden op 30-05-1972 te Amsterdam op 80-jarige leeftijd.
Gehuwd op 25-jarige leeftijd op 20-09-1917 te Baarn, Utrecht met Joannes Petrus DUDOK van HEEL, 26 jaar oud, geboren op 17-04-1891 te Naarden, overleden op 24-02-1971 te Amsterdam op 79-jarige leeftijd.
   2.  Fanny MERCIER, geboren op 22-01-1895 te Haarlem, overleden op 01-07-1934 te Amsterdam op 39-jarige leeftijd.
Gehuwd op 25-jarige leeftijd op 05-08-1920 te Bussum met William ETTY, 35 jaar oud, Referendaris. Geboren op 12-07-1885 te Londen, Engeland, overleden op 03-03-1954 te Amsterdam op 68-jarige leeftijd.

IX.19    Adrianus MERCIER, Griffier bij het kantongerecht. Geboren op 10-06-1881 te Nijmegen, overleden op 14-09-1961 te Breda op 80-jarige leeftijd, zoon van Alexander MERCIER (zie VIII.12) en Amerentia Adriana van de WERK.
Gehuwd op 28-jarige leeftijd op 14-10-1909 te Hilversum met Hillegonda Wilhelmina LEDEBOER, 26 jaar oud, geboren op 24-04-1883 te Hilversum, overleden op 01-06-1948 te Zwolle op 65-jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
   1.  Ammerentia A. MERCIER, geboren op 17-01-1915, overleden op 06-11-2000 op 85-jarige leeftijd.
   2.  Willem E. MERCIER, geboren op 08-02-1917, overleden op 23-01-1998 op 80-jarige leeftijd.
   3.  Emilie MERCIER, overleden 2000.
Gehuwd met N.N. TRAA.

IX.26    Nicolaas Jacobus KLOOSTER, Meubelmaker, geboren op 17-11-1887 te Amsterdam (gezindte: Rooms Katholiek), overleden op 27-08-1954 te Amsterdam op 66-jarige leeftijd. Dit is de stamboom van Albert van Berkum: http://www.weumelinge.nl/dbpersoon.php?i=I2160, zoon van Jacob Klaas KLOOSTER, Venter, en Anna Helena MERCIER (zie VIII.34).
Gehuwd (1) op 25-jarige leeftijd op 05-06-1913 te Amsterdam met Jacoba Eduardina RIJNEKE, 22 jaar oud, geboren op 10-08-1890 te Amsterdam (gezindte: Rooms Katholiek), overleden op 26-07-1919 te Amsterdam op 28-jarige leeftijd.
Gehuwd (2) op 33-jarige leeftijd op 28-04-1921 te Amsterdam met Theodora Petronella de LEEUW, 29 jaar oud, geboren op 30-03-1892 te Amsterdam (gezindte: Rooms Katholiek), overleden circa 1965, begraven te Noordwijkerhout.
Uit het eerste huwelijk:
   1.  Nicolaas Eduardus KLOOSTER, geboren op 24-01-1914 te Amsterdam (gezindte: Rooms Katholiek), overleden op 28-04-1919 te Amsterdam op 5-jarige leeftijd.
Uit het tweede huwelijk:
   2.  Catharina Anna KLOOSTER, Huishoudelijke lingerienaaister. Geboren op 02-02-1922 te Amsterdam (gezindte: Rooms Katholiek), overleden 09-1988 te Hoogkarspel.
Gehuwd op 20-jarige leeftijd op 28-10-1942 te Amsterdam Amsterdam met Jozef Maria TEUNEN, 25 jaar oud, Drukker, magazijnbediende. Metaalbewerker Werkspoor. Geboren op 25-03-1917 te Amsterdam, overleden op 27-01-1977 te Hoogkarspel op 59-jarige leeftijd, begraven op 03-02-1977 te Amsterdam.
   3.  Hendrika Theodora KLOOSTER, geboren op 06-10-1929 te Amsterdam (gezindte: Rooms Katholiek), overleden op 22-11-2009 te Hoorn, NH op 80-jarige leeftijd. Bellamy 12 2h
weduwe Goossens, Collier Alida (Ada) Francina , 18-3-1871 / 22-5-1953. Hermannus Johannes Petrus Goossens 30-9-1877 / 22-3-1940.
Dochter Johanna Sophia Petronella Goossens 27-5-1907 / na 24-8-1990

1e Hugo de Grootstraat 17 3h
2 hoog:
Wed Koning geb Homan, Petronella Clasina Maria 8-12-1900 / 30-8-1981
Cornelis Johannes Konings 24-7-1885 / 20-4-1946
op 16-8-1939 in geschreven op 3h
28-8-1974 woont mevrouw Konings op de Koornhorst 615 te Amsterdam.
Gehuwd op 27-jarige leeftijd op 02-11-1956 te Amsterdam met Jacobus KROM, 25 jaar oud, Bankemploye. Geboren op 01-11-1931 te Voorburg (gezindte: Rooms Katholiek), overleden op 02-11-1979 te Hoogkarspel op 48-jarige leeftijd.

IX.37    Karel Hendrik Jacobus MERCIER, Soldaat bij de 2e Veerd. Gr. Veer 1.C. Expeditieknecht, geboren op 03-11-1904 te Amsterdam, overleden op 10-05-1940 te Dordrecht op 35-jarige leeftijd, zoon van Karel MERCIER (zie VIII.48) en Elisabeth Boudrina BEUKE.
Gehuwd op 20-jarige leeftijd op 30-09-1925 te Amsterdam met Catharina STAUTEN, geboren te Leiden.
Uit dit huwelijk:
   1.  Abraham MERCIER, geboren te Amsterdam.
Gehuwd te Amsterdam met Cornelia den HOLLANDER, 24 jaar oud, geboren op 07-08-1924 te 's-Gravenhage, overleden op 26-11-1985 te Amsterdam op 61-jarige leeftijd.
   2.  Karel Hendrik Jacobus MERCIER, geboren te Amsterdam.
Gehuwd met Antonia Wilhelmina H. RAATJES, geboren op 01-07-1930 te Amsterdam, overleden op 25-04-1999 te Amsterdam op 68-jarige leeftijd, begraven op 29-04-1999 te Amsterdam.

Homepage | E-mail


gemaakt met PRO-GEN 'Genealogie à la Carte' software