| 1. | Trijntje Eijsses WIERSEMA, geboren 08-1716 te Westernieland, gedoopt (Ned. Hervormd) op 30-08-1716 te Westernieland, overleden op 31-07-1786 te Breede, 30 aug 1743: Cornelis Mertens * Trijntje Wijrsema
FA Reinders (567/76), rhc
Huwelijkscontract: tusschen Cornelis Mertens, weduwnaar van Jantjen Fockes, en Trijntjen Wijrsema als, waarbij onder meer bepaald wordt, dat de bruid ten huwelijk zal medebrengen duizend daalders, waarvan vijfhonderd gulden in contant geld en verder, de tijnde part van honderd jukken lant, gerekent op duisent Car. guld., waarvan 35 jukken is gelegen in het Westernie(lan)t, wordende door Lippe Jans wed. onder beklemminge gebruikt. 11 jukken in de plaatze van Tietje Feeringa tot Eenrum onder beklemminge word(ende) gebruikt, 35 1/2 juk soo binnen als buitendijks lant, wordende door vader en moeder van de bruit onder haar zelfs bewoondeC?) plaatze gebruikt, met nog 13 jucken gelegen tot Bellingeweer, en 5 1/2 juk, gelegen tot Eenrum op het Aagt.', 1743 aug 30
30 aug 1743: Cornelis Meertens * Trijntjen Wijrsema
Hunsingo: Eenrum (734/200, 81), mg
Cornelis Meertens wn. Jantjen Fockes x Trijntjen Wijrsema
Ouders Bruit geven mee 1000 daalder bestaande in 500 gl. an contant gelt en de tijnde part van 100 jucken Lant, gerekent op 1000 cgl. waar van 35 jucken is geleegen in het Westernielant, wordende door Lippe Jans wed: onder beklemminge gebruikt, 11 jukken in de Plaatze van Tietje Feeringa tot Eenrum onder beklemminge wort gebruikt, 35.5 juk soo binnen als buitendijks lant, wordende door vader en moedervan de Bruit onder haar zelfs bewoonde Plaatze gebruikt, met nog 15 jukken gelegen tot Bellingeweer en 5.5 juk gelegen tot Eenrum op het aagt. welke Landen jaarlijks zullen doen ijder juk 3 cgl. tot huire.
Brg: Anje Jacobs moeder, Meerten Derks halfbroer
Brd: Eijse Wijrsema x Anje Cornelis vader en moeder
[1745] den 11 Julius aangenomen tot litmaten: Trijntje Wiersema huisvrouw van Cornelis Meertens.
3 mei 1771: Fokke Cornellis * Auktjen Peters
Hunsingo: Usquert (734/757, 254), hb
Fokke Cornellis weduwnaar van Trijnje Jacobs x jonge dochter Auktjen Peters
Brg: Cornellis Meertens en Trijntjen Wiersema ehl volle vader en stiefmoeder, Meerten Cornellis en Geertruit Ubels broer en sibbe voogd en snaarske, Peter Jacobs voormond en zwager, Peter Berents vreemde voogd, Mijndelt Wijbes oude oom, Ritze Krijnes en Eeltjen Cornellis ehl zwager en volle zuster, Derk Hindriks en Geertruit Cornellis zwager en volle zuster
Brd: Tjark Derkx en Ettjen Peters zwager en volle zuster, Jan Derkx en Grietje Peters ehl voormond en zwager en halfzuster, Renger Peters en Itjen Roelfs ehl halfbroer en aangetrouwde halfzuster, Reintjen Aris neef en sibbe voogd, Grietje Peters halfzuster
R.A. L.C. 5 Mei 1780. Acte verleden voor den Rigter F. J. Guichart. Trijntje Wyrsema wed. van wijlen Cornellis Meertens, voor haar zelve, benevens Focke Comellis en als hiertoe gemachtigt van Meerten Cornellis, van Ritze Crijns als legitimus tutor over zijne minderjarige kinderen bij wijlen Eilje Cornellis in egte verwekt, van Derk Hendriks en Geertruid Cornellis, Egtelieden, mitsgaders Jacob Cornellis, de laatsten tezamen Erfgenamen van wijlen Cornellis Meertens, verkoopen aan Eisse Cornellis een Behuizinge en schuure, Obekumaheert genaamt in de Zuiderhorn onder de Brede gelegen, met het regt der Beklemminge, 1 mo van veertig Jukken Lands de Hr. Raadsheer Lhoman toebehoorende, 2 do van drie en twintig en een half jukken lands in eigendom behoorende aan Jacob Cornellis en Geertruid Jacobs, Egtelieden, wordende de huure van deze 23? jukken gerekend na de huure van de Hr. Raadsheer Lhoman. 3 tio van zeven en een half jukken lands aan de kerk van Warffum, behoorende, huur doende negentijn glds., vijf st. Verkogt voor 2500 car. gl. (Dit is de acte waarin de vergissing plaats heeft, waarbij de Wabkumaheerd genoemd wordt Obekumaheerd, de naam van de aangrenzende boerderij, zie OG *II.1.5.) (Bron: OG)
Lijst der Ledematen door mij Antonius Stenhuijs bij de eerste visitatie op de Breede gevonden: Den 31 Julij 1786 Intusschen oplieden de E. Trijntie Wijrzema wed. C. Meertens lidmaat. (Bron: Menne Glas)
HUWELIJKSCHE VOORWAARDEN
tusschen Comlis Meertens en Tryntjen Wijrsema. 30 Aug. 1743. (Bron: OG)
Gerbard Alberda, Heer van Dijxsterhuis tot Eenrum, Peterbuiren en Onderhorige Dorpen, Etc. Etc. Schepper van Winsumer en Schaphalster Zijlen, alsmede Raadt ter Admiraliteijt tot Amsterdam, Etc.Etc. Betuige met desen openen verzegelden Brieve, dat het Egtschap ende Houlijk is beraamt gededigt en besloten tusschen de E. Cornelis Meertens, wedenaar Jantjen Fockes als Bruidegom ter eener, En de E. Jonge Dogter Trijntjen Wijrsema als Bruit ter andere zijde; op voorwaarden hiemae beschreven; Eerstelijck zijn Bruidegom en Bruit beneffens wederzijds vrienden wel te vreeden met alzo daene goederen als de toekomende Ehelieden an malkanderen komen te Brengen die nae de Egte beslapinge sullen wesen gemeen half ende half, zoo dat de Bruidegom bij t ingaan van het Houlijk belooft an de Bruit te brengen alle zijne goederen soo tegenwoordig besit of bij scheidinge van sijne voorkinderen hem toegedeelt worden, soowel onroerende als roerende, geen Exemt; Waartegens de Vader en Moeder van de Bruit bij het aanvaarden van het Houlijk beloven tot een Bruidschat te geven een somma van Duizent daalder, bestaande in vijf hondert gulden contant gelt, en de tijnde part van hondert Jukken Lant gereekent op Duizent Car. guld. Waarvan 35 jukken is gelegen in het Westernielant, wordende door Lippe Jans Wed. onder beklemminge gebruikt, 11 Jukken in de Plaatse van Tietje Feringa tot Eenrum onder beklemminge wordt gebruikt, 35½ Juk soo binnen als buitendijks lant wordende door Vader en Moeder van de Bruit onder haar zelfs bewoonde Plaatse gebruikt met nog 13 Jucken gelegen tot Bellingeweer en 5½ Juk gelegen op het Aagt welke Landen voortaan sullen doen ijder juk drie gl. tot huire, welke genoemde goederen soo wel roerende als onroerende beneffens winst en verlies na egte beslapinge sullen wesen gemeen half en half exemt die goederen, de Bruidegom ofte Bruit staande Egte komen an te arven zoowel roerende als onroerende, zullen niet zijn gemeen, maar ten allen tijden in ongemeenschap verblijven en aan de zijde vererven daar dezelve uit en heer gekomen zijn. Ten tweden kinderen uit desen Houlijk gebooren worden zullen zoowel Dogters als Zoons tot haar Vaders en Moeders nalatenschap gelijke na en sibbe wesen, ook na haar ouderen doodt het Regt van Representatie hebben te genieten bij alle voormelden versterf en Erffenisse. Ten derden, de Bruidegom voor de Bruit verstervende sonder kint ofte kinderen in Leven na te laten, of nalatende en voor de Langstlevende ouder komen te overlijden, soos al het goet van het eene kint op het ander vererven, en na versterf van het Laaste, retourneren an des Bruidegoms vrienden, sullende alsdan de Bruit uit het doode goet Ewig en Erflijk verbetert wesen met een somma van Duizent Car.guld.; Ten veerden, de Bruit voor de Bruidegom verstervende zonder kint of kinderen in Leven na te laten, of nalatende, en voor de langstlevende ouder komen te overlijden zoo zal het goet van het eene kint op het andere vererven, en na versterf van het Laaste, retourneren an des Bruits vrienden, sullende alsdan de Bruidegom uit het doode goet Ewig en erflijk genieten een somma van vijf hondert Car. Guld. Ten vijfden, Beide ouderen verstervende Kint of Kinderen nalatende, dezelve zonder wettige erven komen te overlijden, alsdan sullen de aengeerfde goederen van Bruidegom zijde heergekomen, met de halve mandeboedel an Bruidegomszijde, En de aengeerfde goederen van Bruitzijde heergekomen, met de halve mande boedel an Bruitszijde devolveeren en vererven;
Over dit Houlijks contract zijn geweest aan de Bruidegomszijde Anje Jacobs als Moeder, en Meerten Dercks als half Broeder; An de Bruits zijde: Eisso Wyrsema en Anje Cornelis als Vader en Moeder; in oirconde der waarheijt zijn hiervan twee gelijkluidende gemaakt. Tot Vestenisse van desen heb ik op Delienge van Bruidegom en Bruit beneffens wederzijds vrienden met mijn Angeboren Adelijken zegel en Naams onderschrijvinge bevestigt in Den Jare Duizent zeven hondert en drie en veertig op den dartigsten Augustus 1743.
(was geteekend:)
G. Alberda.
Met aanhangend zegel van G. Alherda. De acte bevindt zich R.A. XLVI.a**.
Gehuwd (1) 09-1743 te Usquert met Cornelis MEERTENS (zie 7276). HUWELIJKSCHE VOORWAARDEN tusschen Cornelis Meertens en Trijntjen Wijrsema. 30 Aug. 1743.
Gerhard Albeda, Heer van Dijxsterhuis tot Eenrum, Peterbuiren en Onderhorige Dorpen, Etc. Etc. Schepper van Winsumer en Sehaphalster Zijlen, alsmede Raadt ter Admiraliteijt tot Amsterdam, Etc. Etc. Betuige met desen openen verzegelden Brieve, dat het Egtschap ende Houlijk is beraamt gededigt en besloten tussehen de E. Cornelis Meertens, wedenaar van Jantjen Fockes als Bruidegom ter eener, En de E. Jonge Dogter Trijntjen Wijrsema als Bruit ter andere zijde; op voorwaarden hiernae beschreven; Eerstelijck zijn Bruidegom en Bruit beneffens wederzijds vrienden wel te vreeden met alzo daene goederen als de toekomende Ehelieden an malkanderen komen te Brengen die nae de Egte beslapinge sullen wesen gemeen half ende half, zoo dat de Bruidegom bij 't ingaan van het Houlijk belooft an de Bruit te brengen alle zijne goederen soo tegenwoordig besit of hij scheidinge van sijne voorkinderen hem toegedeelt worden, soowel onroerende als roerende, geen Exemt; Waartegens de Vader en Moeder van de Bruit bij het aanvaarden van het Houlijk beloven tot een Bruidschat te geven een somma van Duizent daalder, bestaande in vijf hondert gulden contant gelt, en de tijnde part van hondert Jukken Lant gereekent op Duizent Gar. Guld. waarvan 35 jukken is gelegen in het Westernielant, wordende door Lippe Jans Wed. onder beklemminge gebruikt, 11 Jukken in de Plaatse van Tietje Feringa tot Eenrum onder beklemminge wordt gebruikt, 35? Juk soo binnen als buitendijks lant wordende door Vader en Moeder van de Bruit onder haar zelfs bewoonde Plaatse gebruikt met nog 13 Jucken gelegen tot Bellinge weer en 5? Juk gelegen op het Aagt welke landen voortaan sullen doen ijder juk drie gl. tot huire, welke genoemde goederen soo wel roerende als onroerende beneffens winst en verlies na egte beslapinge sullen wesen gemeen half en half exemt die goederen, de Bruidegom ofte Bruit staande Egte komen an te arven zoowel roerende als onroerende, zullen niet zijn gemeen, maar ten allen tijden in ongemeen schap verblijven en aan de zijde vererven daar dezelve uit en heer gekomen zijn. Ten tweden kinderen uit desen Houlijk gebooren worden zullen zoowel Dogters als Zoons tot haar Vaders en Moeders nalatenschap gelijke na en sibbe wesen, ook na haar ouderen doodt het Regt van Representatie hebben te genieten bij alle voormelden versterf en Erifenisse. Ten derden, de Bruidegom voor de Bruit verstervende sonder kint ofte kinderen in Leven na te laten, of nalatende en voor de Langstlevende ouder komen te overlijden, soo sal het goet van het eene kint op het ander vererven, en na versterf van het Laaste, retourneren an des Bruidegoms vrienden, sullende alsdan de Bruit uit het doode goet Ewig en Erflijk verbetert wesen met een somma van Duizent Car.guld.; Ten veerden, de Bruit voor de Bruidegom ver-stervende zonder kint of kinderen in leven na te laten, of nalatende, en voor de langstlevende ouder komen te overlijden zoo zal het goet van het eene kint op het andere vererven, en na versterf van het Laaste, retourneren an des Bruits vrienden, sullende alsdan de Bruidegom uit het doode goet Ewig en erflijk genieten een somma van vijf hondert Car. guld. Ten vijfden, Beide ouderen verstervende Kint of Kinderen nalatende, dezelve zonder wettige erven komen te overlijden, alsdan sullen de aengeerfde goederen van Bruidegom zijde heergekomen, met de halve mandeboedel an Bruidegomszijde, En de aengeerfde goederen van Bruitzijde heergekomen, met de halve mande boedel an Bruitszijde devolveeren en vererven;
Over dit Houlijks contract zijn geweest aan de Bruidegomszijde Anje Jacobs als Moeder, en Meerten Dercks als half Broeder; An de Bruits zijde: Eijso Wiersema en Anje Cornelis als Vader en Moeder; in oirconde der waarheijt zijn hiervan twee gelijkluidende gemaakt. Tot Vestenisse van desen heb ik op belienge van Bruidegom en Bruit beneffens wederzijds vrienden met mijn Angeboren Adelijken zegel en naams onderschrijvinge bevestigt in Den Jare Duizent zeven hondert en drie en veertig op den dartigsten Augustus 1743.
(was geteekend:)
G.Alberda.
(Bron: OG).
Gehuwd (2). Ledematenboek Breede
28 juli 1782 Trijntie Wijrsema Weduwe Stenhuijs
31 Julij 1786 Intusschen oplieden de E. Trijntie Wijrzema wed. C. Meertens lidmaat.
|